Kennis laten stromen: de kennisinfrastructuur van de school

Amsterdam, 19 november 2018

De kans dat kennis uit onderzoek wordt toegepast in de onderwijspraktijk is groter als leraren en teams nauw betrokken zijn bij het formuleren van de onderzoeksvragen en het uitvoeren van het onderzoek.

Het Kohnstamm Instituut, Kennisland en de Universiteit van Amsterdam hebben de afgelopen drie jaar onderzoek gedaan naar hoe je kennis kan laten stromen in het voortgezet onderwijs. Op 19 november presenteerden de onderzoekers hun eerste resultaten.

Het onderzoek begon, zo vertelde hoogleraar onderwijswetenschappen Monique Volman, met vragen als “Hoe destilleer je uit die enorme hoeveelheid wetenschappelijke kennis wat voor jouw situatie relevant is en hoe krijg je dat de rest van de organisatie in Hoe zorg je de kennis niet bij een klein groepje leraren blijft hangen, maar in de school gaat leven?”.

Onderzoeker Wouter Schenke schetst vier redenen waarom kennis niet automatisch stroomt: er zijn organisatorische obstakels op school, er is teveel kennis en te weinig overzicht en leraren werken te veel op hun eigen eilanden. Doel van het onderzoek is om te achterhalen wat er nodig is om dit te doorbreken.

Een interessante bijdrage kwam van Patrick van Schaik; promovendus bij de UvA en leraar op het Calvijn College. Hij doet onderzoek naar kennisbenutting en kennisconstructie. Hij ontdekte dat het traditionele model van kennisbenutting, kennis opdoen, kennis toepassen en kennis verspreiden, een aantal nadelen heeft. Kennis bereikt op deze wijze slechts een beperkt aantal leraren, het is erg individueel gericht, heeft een kortdurende impact en vindt met name plaat buiten de context van de school.

Hij ziet dat kennis co-constructie van kennis, samen kennis maken en toepassen, veel effectiever is. Hij onderscheidt hierbij drie manieren van kennisconstructie:

  • Practice-based: uitwisseling van aanwezige kennis en ervaring.
  • Research-informed: intentioneel gebruik maken van (praktijkgerichte) wetenschappelijke kennis.
  • Research-based: het gezamenlijk onderzoeksmatig werken en zelf onderzoek doen.

Uit zijn onderzoek blijkt dat docenten die research-based werken het vaakst nieuwe kennis toepassen in hun onderwijspraktijk. Belangrijke condities om aan kennis co-constructie te kunnen doen zijn wel samenwerking, tijd, organisatie, schoolleiderschap en begeleiding door experts.

Condities

  • Samenwerking
    Gedeelde motivatie, openheid voor elkaar en andere perspectieven, uit comfortzone durven komen, bereidheid succes én falen te delen, sociale relaties
  • Tijd
    Gezamenlijk tijd in het rooster, voldoend tijd in uren/normjaartaak
  • Organisatie
    Structuur, heldere doelen, samenstelling van de groep en frequentie van samenkomen, koppeling aan schoolontwikkelingen
  • Geconstrueerde kennis
    Relevantie, toepasbaarheid, en ervaren eigenaarschap van de geconstrueerde kennis door samen thema’s te kiezen
  • School leiderschap
    Betrokkenheid (op div. niveaus) in waardering, erkenning, facilitering, stimulering, en monitoring
  • Begeleiding
    Ondersteuning door met name externe experts in het opdoen van nieuwe kennis en inzichten, onderzoeksvaardigheden. En interne begeleiding door bijvoorbeeld schoolleiders om de geconstrueerde kennis te koppelen aan schoolbrede thema’s en ontwikkelingen.

Conclusies

  • Zowel practise-based, research-informed, en research-based lijken bij te dragen aan een cultuur van samenwerkend leren in school
  • Docenten uit research-informed en research-based groepen lijken dieper te leren door de koppeling met andere kennis en inzichten, en daarmee onderzoekskennis te benutten
  • De grote vertegenwoordiging van research-informed en research-based groepen (29/39) lijken een teken van een positieve ontwikkeling als het gaat om het benutten van kennis uit onderzoek in de praktijk
  • Stimulerende, faciliterende en monitorende rol van schoolleiders sleutelconditie vanwege invloed op de andere condities