Plan van aanpak

Meer tijd en geld voor R&D in het onderwijs

In Europees verband heeft Nederland afgesproken om in 2020 2,5 procent van het bruto binnenlands product (BBP) te besteden aan R&D. Zo ver is het nog lang niet; de financiering van R&D door overheid en bedrijfsleven is tussen 2011 en 2016 licht gestegen van 1,9 procent van het BBP naar 2,03 procent. Wanneer de R&D-uitgaven door de overheid worden gekoppeld aan het BBP, is er sprake van een langzame terugloop van 0,70 procent in 2016 tot 0,66 procent van het BBP (Rathenau, 2018). Uit een uitgebreide analyse blijkt dat er slechts 0,3% van de totale onderwijsbegroting beschikbaar is voor onderzoek en ontwikkeling (Sectorplan Onderwijswetenschappen, 2010). Dit lijkt de afgelopen jaren niet te zijn toegenomen waardoor het ook moeilijk is om stevige onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten op te starten, die in verhouding staan tot de omvang van de uitdagingen waar het onderwijs voor staat. Over de inzet van financiƫn is in eerste instantie gesproken in het kader van kennisvalorisatie. Hogescholen en universiteiten zouden in staat moeten zijn om valorisatie expliciet te kunnen financieren, opdat er tijd, aandacht en energie in gestoken kan worden. Dat is nu nog te weinig aan de orde. Financiering is verder van het grootste belang bij het opnieuw in het leven roepen van promo-docs, nieuwe flexibele leerroutes, en facilitering van netwerken of (regionale) expertisecentra.